Algemene voorwaarden voor het verkrijgen van steun

De landbouwer wordt geconfronteerd met eisen rond geproduceerde kwaliteit, het leefmilieu, het dierenwelzijn en sanitaire voorwaarden. Ontwikkelingen rond die thema’s dwingen hem of haar tot aanpassingen van het bedrijf en de productie¬methodes. Daarom zijn er enkele algemene voorwaarden:
De Vlaamse overheid ondersteunt de landbouwer financieel bij de noodzakelijke aanpassingen. De landbouw kan immers een bijdrage leveren tot het realiseren van een aantal maatschappelijke doelstellingen zoals tewerkstelling, creatie van een leefbare omgeving (leefmilieu, landschap) en een betere volksgezondheid via het voortbrengen van kwalitatieve en veilige producten. De landbouwer wordt aangemoedigd om te werken aan de verbreding van de activiteiten en de vernieuwing van het platteland. Initiatieven om alternatieve inkomsten te verwerven via verwerking en rechtstreekse verkoop van hoeveproducten, hoevetoerisme, beheer en onderhoud van het landschap en productie van hernieuwbare energie worden bijzonder gesteund.
Het doel van het beleid is rendabele en competitieve bedrijven creëren. Meer en meer zijn landbouwbedrijven actief binnen een ruime internationale context, waarbij gebeurtenissen en ontwikkelingen die zich op het eerste gezicht ver van het bedrijf voordoen een weerslag hebben op het bedrijf. Vandaar de noodzaak om constant de situatie van het bedrijf te evalueren en op de gepaste tijdstippen het bedrijf aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden.

Steun aan investeringen

De investeringssteun wordt verleend voor investeringen die gericht zijn op een:
  • verlaging van de productiekosten;
  • verbetering en omschakeling van de productie;
  • verhoging van de kwaliteit;
  • verbetering van het leefmilieu, de hygiënische omstandigheden en/of de normen op het gebied van welzijn van de dieren;
  • bevordering van de diversificatie van de activiteiten op het landbouwbedrijf.
Investeringssteun mag niet in strijd zijn met het beleid op andere vlakken (marktbeleid, milieubeleid, ruimtelijk beleid...) en mag de doelstellingen hiervan niet doorkruisen.

Vorm en omvang van de steun

De steun kan verkregen worden onder vorm van rentesubsidie en/of kapitaalpremie naargelang de financiering van de investeringen. De omvang ervan is onafhankelijk van de financiering en kan 10 % tot 40 % van de investering bedragen.
De steun voor investeringen gefinancierd met een lening wordt verleend onder de vorm van een rentesubsidie aangevuld met een investeringspremie, zodat het vooropgestelde volume steun effectief verkregen wordt. In de mate dat er minder of op korte termijn geleend wordt, zal een groter deel van de steun als kapitaalpremie uitbetaald worden.
De steun voor investeringen gefinancierd met eigen middelen wordt verleend onder de vorm van een investeringspremie.
Bij de toekenning van de steun zal de rentesubsidie voorrang hebben op de inves¬teringspremie. De rentesubsidie bedraagt maximaal 4 % gedurende maximaal 15 jaar voor investeringen die van 40 of 30 % steun genieten, 3 % gedurende maximaal 15 jaar voor investeringen die van 20 % steun genieten en 3 % gedurende maximaal 5 jaar voor investeringen die van 10 % steun genieten.
In de periode 2007-2013 kan de investeringssteun maximaal verkregen worden op een investeringsbedrag van 1.000.000 € per bedrijfs¬leider die zich rangschikt als landbouwer-natuurlijke persoon of per beherend vennoot, zaakvoerder, bestuurder of gedelegeerd bestuurder met de kwalificatie landbouwer van een rechtspersoon-landbouwer.

Steun aan de vestiging

Via de vestigingssteun worden jongeren aangemoedigd zich als zelfstandige landbouwer te vestigen. De steunmaatregel geldt voor alle bedrijven ongeacht de aard van de activiteit en de productiemethode. Wie van vestigingssteun wil genieten moet jonger zijn dan 40 jaar en zich voor het eerst vestigen als landbouwer.

Vestigingskosten

Alleen vestigingskosten die binnen een periode van één jaar na de vestiging gemaakt worden, kunnen aanvaard worden voor het verlenen van vestigingssteun. Navolgende kosten worden gerangschikt als vestigingskosten:
  • De overname van de bedrijfsbekleding bestaande uit dieren, uitrusting, materieel, voorraden, aanplantingen, vruchten te velde en navetten op basis van een geregistreerd overnamecontract met een reële inventaris.
  • De aankoop van dieren, uitrusting, materieel en voorraden gericht op het vervolledigen van de bekleding van een bedrijf dat niet of gedeeltelijk in productie is, of de vervanging van vee, uitrusting en materieel dat niet overgenomen wordt, voor zover de verrichtingen verantwoord zijn en er geen nieuwe oriëntatie gegeven wordt aan de activiteiten op het bedrijf. De eerste aankoop van vee en voorraden op een veebedrijf dat gecreëerd werd vertrekkend van een verplaatste productiecapaciteit (overgenomen milieuvergunning en nutriëntenemissierechten) is eveneens subsidiabel.
  • De aankoop van bedrijfsgebouwen die minder dan 15 jaar oud zijn waarbij het subsidiabel bedrag op dezelfde manier berekend wordt als bij een aankoop buiten het kader van de vestiging;
  • De overname van aandelen ter gelegenheid van de vestiging als (mede-)bedrijfsleider (d.w.z. beherend vennoot, zaakvoerder, bestuurder of gedelegeerd bestuurder) van een vennootschap die de landbouw als hoofdactiviteit heeft.
De kosten voor de overname van vaste bedrijfsuitrusting die onroerend is van nature en voor het verwer¬ven van productierechten, rechten op vergoeding en allerlei andere rechten worden niet aanvaard als vestigingskosten.
Het berekende subsidiabel bedrag voor een aangekocht bedrijfsgebouw kan niet gesplitst worden in een bedrag in aanmerking komend voor vestigingssteun en een bedrag in aanmerking komend voor inves¬teringssteun.

Vorm en omvang van de steun

De vestigingssteun bedraagt maximaal 55.000 euro.
Bij het verlenen van vestigingssteun wordt een onderscheid gemaakt tussen een vestiging als bedrijfsleider op een eenmanszaak of medebedrijfsleider in een maatschap en de vestiging als mandataris van een vennootschap.
Bij een vestiging als bedrijfsleider van een eenmanszaak of een maatschap bestaat de vestigingssteun uit een vestigingspremie en een rentesubsidie en wordt als volgt verleend:
  • vooreerst een vestigingspremie van maximaal 25.000 € of 50 % op de eerste 50.000 euro vestigingskosten. Het verlenen van de premie is onafhankelijk van de wijze waarop de vestigingskosten gefinancierd worden. De premie wordt in twee gelijke delen uitbetaald met een tussenpoos van één jaar en na controle van de betalingsbewijzen;
  • vervolgens en alleen wanneer de bijkomende vestigingskosten gefinancierd worden met een lening, een rentesubsidie van maximaal 4 % gedurende 10 jaar op een jaarlijks vast te stellen bedrag. De actuele waarde van de rentesubsidie mag niet meer bedragen dan 30.000 euro. In 2008 bedraagt het bedrag waarop rentesubsidie kan verkregen worden 165.707 euro (bij jaarlijkse aflossingen en zonder vrijstelling van aflossing).
Indien het een vestiging betreft als mandataris van een vennootschap via een over¬name van aandelen bedraagt de maximale steun eveneens 55.000 euro maar is de vorm anders (40.000 euro premie en 15.000 euro onder vorm van rentesubsidie).
De overheidswaarborg bedraagt maximaal 80 % van het krediet dat van rentesubsi¬die geniet.

Bijzondere voorwaarden

Voor het verwerven van productierechten, rechten op vergoeding, allerlei andere rechten, wordt geen steun verleend.
Het overnamecontract moet geregistreerd zijn.
De steun voor de overname van voorraden wordt beperkt tot 20.000 € per bedrijf; die voor vruchten te velde tot 750 € per hectare en die voor navetten tot 200 € per hectare.
De vestiging moet voorbereid zijn en planmatig aangepakt. Er moet aangetoond worden dat het bedrijf levensvatbaar is en voldoende bedrijfszekerheid biedt. Dit gebeurt met:
  • een geregistreerd overnamecontract en een gedetailleerde inventaris van de overgenomen goederen;
  • desgevallend een contract van maatschap;
  • bewijzen van pacht en pachtoverdracht;
  • bewijzen van overdracht van productierechten;
  • sanitaire attesten;
  • bewijzen van overdracht van de milieuvergunning;
  • bewijzen van overdracht van beheerscontracten;
  • bewijzen van overdracht van de nutriëntenemissierechten.